Accountantskosten in GHZ zijn licht gedaald

0
284

De accountantskosten voor de gehele zorgsector zijn in 2016 met 12 procent fors gestegen. In totaal betalen zorgorganisaties 87 miljoen euro, zo’n 127.000 euro gemiddeld per instelling. De kostenstijging komt vooral door een toename van overige controlewerkzaamheden, zoals ondersteuning bij zelfonderzoek naar declaraties en niet-controlediensten, waaronder advies over risicomanagement. Met name de geestelijke gezondheidszorg (+5,2 %), verpleging, verzorging en thuiszorg (+14,9 procent) en ziekenhuizen (+12,5 procent) betalen een hoge rekening, terwijl de kosten voor de gehandicaptenzorg licht zijn gedaald (-0,8 procent).

De hogere kosten voor de GGZ worden verklaard door extra controlemaatregelen van onder andere zorgverzekeraars. In de VVT zijn toenemende kosten te wijten aan de invoering van de WMO en de overgang van de wijkverpleging naar de Zorgverzekeringswet, waardoor het aantal contractpartijen dat om financiële verantwoording vraagt flink is toegenomen.

Over de gehele sector nemen vooral de kosten voor niet-controlediensten (+16,6 procent) en overige controlewerkzaamheden (+16,7 procent) toe, terwijl zorginstellingen minder behoefte hebben aan fiscale advisering (-12,5 procent). De kosten voor de controle van de jaarrekening (65% van de totale accountantskosten) zijn gestegen met 12,2 procent. Opvallend is dat de gehandicaptenzorg ten opzichte van 2015 minder betaalt voor accountantsdienstverlening dan in 2015 (-0,8%), al kan dat verschil de algemene trend van toenemende accountantskosten niet keren.

Grote verschillen tussen sectoren

De care betaalt relatief een hogere rekening aan accountantskosten dan de cure-sector. Per duizend euro omzet betaalt de cure 1,02 euro aan accountants. De bedragen in de gehandicaptenzorg, VVT en zeker in de GGZ liggen met respectievelijk 1,38, 1,94 en 2,50 euro flink hoger. Oorzaken zijn volgens Intrakoop de in de GGZ heersende onduidelijkheid over declaraties en uit te voeren controles. Ook speelt dat alle sectoren met steeds meer contractpartijen te maken hebben, alle met verschillende verantwoordingseisen en daardoor tientallen accountantsverklaringen over dezelfde professionele zorg.

De ‘big four’

De vier grote accountantskantoren (EY, PWC, KPMG en Deloitte) bedienen 54 procent van de sector. EY heeft met 122 organisaties de meeste opdrachtgevers, gevolgd door Verstegen accountants en adviseurs, dat voornamelijk in de care-sector werkzaam is met 119 zorgaanbieders, Deloitte (101) en PWC (90). Gekeken naar marktaandeel  voert EY de ranglijst aan met 27 procent van de markt. PWC volgt met 23 procent, KPMG met 16 procent en Deloitte met 12 procent. Verstegen accountants en adviseurs behaalde een marktaandeel van 6 procent, dat wordt verklaard door kleinere opdrachtgevers. De kosten voor de zes grootste accountants, die samen 94 procent van de totale kosten vertegenwoordigen, lopen flink uiteen. De cure betaalt gemiddeld de hoogste rekening aan Deloitte voor controle van de jaarrekening, terwijl de care-sector relatief het goedkoopst af is bij Deloitte. De kosten verschillen voor de cure tussen de 0,50 en 0,77 euro per duizend euro omzet en bij de care tussen 1,00 en 1,30 euro.

VGN

De VGN blijft zich inzetten voor het verminderen van regeldruk. Bureaucratie kost namelijk niet alleen geld, maar ook tijd. Uiteindelijk gaat dat ten koste van de client. Samen met NZa en VWS onderzoeken wij de mogelijkheden voor het schrappen van regels en onderzoeken wij vormen van minder administratief belastende verantwoording en controle. Voorbeelden van inmiddels gezette stappen zijn de standaardisering van protocollen voor gegevensuitwisseling en verantwoording (i-Wmo en i-Jeugd).

Het volledige rapport van Intrakoop vindt u door middel van ondersaande link:

Het rapport ‘Intrakoop Jaarverslagenanalyse 2016 – Accountantskosten zorgsector’
kunt u hier downloaden.
.